Kinderen weggooien met badwater?

De storm rond Sihame Elkaouakibi blijft waaien. Ik word er erg triestig van, want de jongeren van Let’s Go Urban verdienen dit niet, net zomin als de vele bonafide organisaties die nu mee verdacht worden gemaakt. Het is op dit moment ook nog moeilijk om gerucht van harde feiten te onderscheiden. Over wat er al geweten is/zou zijn, is wel al veel inkt gevloeid. 

Ik ga zelf geen stukje schrijven over Sihame Elkaouakibi en haar subsidies. Wel over wat er in het debat eromheen met het badwater wordt weggesmeten. Het is opvallend hoe iedereen in deze zaak het eigen gelijk bevestigd ziet. Voor de ene is het duidelijk dat het middenveld niet deugt en er teveel subsidies zijn. Voor de andere is het dan weer duidelijk dat een businessmodel nooit kan samengaan met een sociale missie. Nog anderen willen dat organisaties nog meer bonnetjes bijhouden voor elke euro die ze uitgeven.

Daarover wil ik het hebben. Het raakt immers de kwesties die ik ook bespreek met mijn klanten: hoe kies je de juiste inkomsten, hoe ga je om met subsidies, hoe kunnen financiers organisaties zo impactvol mogelijk steunen? Ik krijg die dingen niet gezegd in 280 Twittertekens of een Facebookpost. Daarom een blogje in 5 punten.

1. Subsidies blijven nodig

Dit is voor mij een no-brainer. We hebben in België – gelukkig – een systeem waarin we als samenleving investeren in een reeks zaken die we belangrijk vinden, maar waar de markt geen afdoend antwoord op biedt. Van cultuur over sport tot armoedebestrijding en gezondheidszorg, maar ook bedrijven die vergroenen en innoveren: ze kunnen beroep doen op belastinggeld en dat is goed. Want we krijgen dat dubbel en dik terug. In algemeen geluk, een gezondere mens en milieu, en zelfs in klinkende munt. 

Dat een aantal mensen die het middenveld geen warm hart toedragen zo’n schandaal zouden aangrijpen om alles op de schop te nemen, was voorspelbaar. Maar echt waar, één rotte appel zegt niets over de rest van de mand. En ik houd mijn hart vast. Zie ook punt 3. 

Dat beleidsmakers subsidies op een transparante, faire en doordachte manier moeten toekennen, en dat daar in dit geval het een en ander is misgelopen, dat lijkt wel een feit. Ook een slimme, doordachte controle op subsidies is helemaal op zijn plaats. Daar kom ik nog even op terug in punt 4.

2. Missiedrift? Welke missiedrift?

Ik heb het een paar keer zien passeren: ‘met een sociale activiteit mag je geen winst maken, want dan krijg je automatisch missiedrift’. Dat wil dan zeggen: je focus ligt niet meer bij het sociale doel, maar bij de winst.

Dat kan gebeuren. Meer nog: het risico op missiedrift loert om de hoek bij élke vorm van inkomsten. Want geld komt nooit alleen. Een subsidiegever heeft ook een eigen programma. Als je niet genoeg doordrongen bent van jouw missie, word je misschien meegesleurd door prioriteiten die niet de jouwe zijn. Hetzelfde met private fondsenwerving: sommige verhalen leveren meer giften op dan andere. Als je niet oplet, ga je je werk focussen op schattige kindjes, omdat schenkers daar meer geld voor geven dan voor jonge mannen, gedetineerden of senioren.

Net zoals ook subsidies en private fondsenwerving kunnen leiden tot missiedrift, ben ik ervan overtuigd dat je in een sociale organisatie commerciële inkomsten kan zoeken én je missie voorop blijven zetten.

De mantra is: eerst je missie, dan het geld. Voer gesprekken met financiers, zet fondsenwervingscampagnes op en bedenk een businessmodel, maar zet altijd jouw missie bovenaan. Bijvoorbeeld door vast te leggen dat alle winst terugvloeit naar je organisatie. Als je weet waar voor jou de rode lijn ligt, is er veel mogelijk. 

3. Ja, het is goed om je inkomsten te diversifiëren

Er is hier en daar geschimpt op de druk die financiers uitoefenen op organisaties om hun inkomsten te diversifiëren. Meer ondernemend te worden. Ik kan daar inkomen. Er is iets cynisch aan de financier die je telkens vraagt om nieuwe projecten op te zetten, aankondigt dat de financiering na 3 jaar stopt, maar wél verwacht dat je project daarna verder draait.

Toch moedig ook ik organisaties aan om hun inkomsten te diversifiëren. Niet omdat de financier dat vraagt, maar uit eigenbelang. Er wordt geknabbeld aan subsidies en het draagvlak ervoor, en het huidige schandaal versterkt die tendens alleen maar. Diverse inkomsten beschermen je ook tegen de grilligheid van het beleid. Een wissel van de wacht betekent immers vaak ook andere accenten in de subsidies.

Je kan en moet blijven vragen dat de overheid bepaalde zaken financiert. Maar het is ook goed om niet naïef te zijn. Inkomsten spreiden geeft je meer vrijheid om te focussen op jouw missie. Je legt een puzzel die je in staat stelt om je eigen prioriteiten te blijven realiseren. Dat is moeilijk, het vreet energie en je zou willen dat je je er niet mee bezig moest houden. Maar het is wel verstandig. Een businessmodel kan een stukje zijn van die puzzel.

4. Meer, maar ook minder controle

Dit puntje is bedoeld voor de financiers. De grote verbijstering in het middenveld over de verhalen die nu de ronde doen, komt doordat ze zo ver af staan van de realiteit van de meeste organisaties. Zij ervaren dat financiers enkel geld willen geven voor bepaalde projecten, liefst afgebakend in de tijd. Sommige subsidielijnen zijn in de afgelopen jaren verveld tot een soort openbare aanbestedingen. Ze stippelen tot in detail uit welke activiteiten organisaties mogen uitvoeren met de subsidie en voor wie. Terwijl goed sociaal werk of cultureel initiatief net groeit van onderuit, uit de expertise van het veld.

Het risico is groot dat sommige financiers nu de neiging hebben om nog meer te gaan sturen. Dat mag de conclusie niet zijn. Vraag organisaties om een helder doel. Ga bij hen op bezoek om te weten hoe ze werken en welke resultaten ze halen. Moedig hen aan om hun activiteiten te evalueren. Maar laat het initiatief en de voorstellen van hen komen. Laat ruimte om onderweg bij te sturen. Zie de organisaties die je steunt als partners, en niet als onderaannemers.

Een ander risico is dat ook de administratieve controle voor organisaties wordt verstrengd. Een blanco cheque van 300 000 euro kan niet de bedoeling zijn. Maar ook dat is niet de realiteit die de meeste organisaties kennen. Veel vaker hebben ze het gevoel dat ze meer bezig zijn met dossiers en rapporten schrijven dan met het werk op het terrein. Gelukkig denken heel wat financiers de laatste jaren na over slimme vormen van controle. 

Zo werkt Europa tegenwoordig meer met lump sums, dat zijn vaste bedragen die gebaseerd zijn op je activiteiten of de resultaten die je behaalt, in plaats van op je uitgaven (al slaagt Europa erin om ook daarin behoorlijk bureaucratisch te worden). Andere financiers lichten liever kritisch je jaarrekening door dan je te vragen om voor elke euro een bonnetje aan te leveren. Daarbij behouden ze wel het recht om punctuele vragen te stellen. Die moet de organisatie zonder fout kunnen beantwoorden, met bewijsstukken als dat moet.

Financiers denken dus na over vormen van controle die voldoende sluitend zijn, maar de organisaties niet nodeloos belasten. Hopelijk stokt die denkoefening door het huidige schandaal niet.

5. Sommige regeltjes doen ertoe

Tenslotte nog een puntje voor de doeners, de creatievelingen, de self-made idealisten vol sturm und drang. Was Sihame er ook zo eentje, vroeg ik mij de laatste tijd soms af. Want ik kom hen af en toe ook tegen.

Ik voel me altijd een beetje een saaie juf als ik met hen in gesprek ga. Zij kunnen bergen verzetten op een manier die mij nooit zou lukken. Vaak is het juist hun sterkte dat ze zich niet teveel aantrekken van regeltjes, liever doen dan denken. Als ze zo bedachtzaam waren als ik, waren ze nooit geraakt waar ze nu zijn. 

Maar sommige regeltjes doen ertoe. Ze beschermen je tegen accidenten, want ze zijn ontstaan uit botsen en builen uit het verleden. Mijn oproep aan de doeners is om te begrijpen wat het doel is van bepaalde goede praktijken en regels. Dan is het makkelijker om ze toe te passen. Om er maar enkele te noemen:

  • De goede praktijk om niet zelf in het bestuur te gaan zitten van je organisatie zolang je ook zelf nog van die organisatie een inkomen krijgt. Zorg ervoor dat je bestuur en je algemene vergadering jou kritische vragen kunnen stellen met de nodige onafhankelijkheid. Ze beschermen je tegen je eigen blinde vlekken.
  • De regeltjes voor de tijdige uitnodiging, het quorum en andere beslissingsregels voor je vzw. Ze helpen je bestuur om op een goede manier zijn rol te spelen.
  • In vele organisaties mogen personeelsleden, bestuursleden en zelfs hun naaste familie niet factureren aan de organisatie. Die regel zou de vzw’s die nu in opspraak komen veel ellende bespaard hebben.
  • Een Chinese muur tussen privé-uitgaven en het budget van je organisatie. Nee, het is ook niet ok als je het volgende week terugbetaalt. Zorg ervoor dat je daarop niet gepakt kan worden.
  • Een ordentelijke boekhouding waarin je elke factuur altijd kan terugvinden. 

Disclaimer: heel wat doeners weten al die dingen en houden zich, soms wat zuchtend en puffend, aan de ‘bureaucratische’ regeltjes. Maar voor degenen die daar nog niet helemaal van doordrongen zijn, kan deze affaire misschien een waarschuwing zijn. Zodat spannende, nieuwe initiatieven, ook van mensen die niet gepokt en gemazeld zijn in het verenigingsleven, het belang inzien van te werken op een transparante en zorgvuldige manier. Zodat ze kunnen blijven gaan, zonder accidenten. Want we hebben hen heel erg nodig.

Over kinderen en badwater